Meer aandacht gewenst voor ‘klappers’ in de prostitutie
Matthieu klein Tank, freelance journalist
- Het leren omdoen met de mond werkt vaak goed
- Gebruik van glijmiddel blijft soms achterwege door het idee dat dit niet nodig mag zijn
|
Eén op de drie prostituees krijgt wel eens te maken met een condoom dat knapt. Dat bleek uit een in 2003 en 2004 door het RIVM uitgevoerd onderzoek onder vrouwen die werkten in de raamprostitutie en op de tippelzone in Amsterdam.1 Medewerkers van Soa Aids Nederland maakten met behulp van diverse bronnen een inventarisatie van de oorzaken van ‘klappers‘. GGD-medewerker Anja Franke vertelt wat er in Rotterdam wordt gedaan om condoomfalen in de prostitutie tegen te gaan.
condoomgebruik en hiv-prevalentie Van alle prostituees in het RIVM-onderzoek gaf 79% aan bij contacten met prostituanten altijd condooms te gebruiken. Dat percentage was het hoogste bij de niet verslaafde vrouwen. Van hen werkte 94% altijd met condoom. Bij de verslaafde vrouwen was dit slechts veertig procent. Transgenders zaten daar met 70% tussenin. De hiv-prevalentie bij deze drie groepen vertoont ook grote verschillen. Van de niet verslaafde vrouwen heeft 3,1% hiv, bij de verslaafde ligt dit percentage op 11,3. Bij de transgenders werd een percentage van 17,1 gevonden. Die laatste groep krijgt ook het meest te maken met geknapte condooms. Vijfenveertig procent had hier ooit mee te maken. Bij de niet verslaafde vrouwen was dat 31% en bij de verslaafde 41%. De ongunstige score bij de transgenders heeft mogelijk te maken met het feit dat zij veel vaker aan anale seks doen. Negentig procent rapporteert receptief anale contacten, tegen slechts 7% bij de niet verslaafde vrouwen. Het RIVM constateert in haar onderzoek dat er, gezien de hiv-prevalentie en het gera-porteerde risicogedrag, een risico is van verspreiding naar de rest van de bevolking. De onderzoekers doen de aanbeveling extra aandacht te besteden aan preventie van condoomfalen.
quickscan In dat kader voerden medewerkers van Soa Aids Nederland een quickscan uit. Informatie werd verzameld via diverse websites voor prostituees, veldwerk op de Amsterdamse Wallen en contacten met ex-ploitanten van seksclubs en sociaalverpleegkundigen van de GGD. Ook bij deze quickscan bleek er sprake te zijn van grote verschillen in de mate waarin prostituees met het stukgaan van een condoom te maken krijgen. Op de website www.indeprostitutie.nl is door Soa Aids Nederland een enquête gehouden naar klappers. De gevonden resultaten, op basis van 1.032 respondenten, zijn in lijn met die van het RIVM-onderzoek. Tweederde (65,7%) gaf aan dat het hen nog nooit is overkomen, 19,6% maakt het één of twee keer per jaar mee en 14,7% heeft er nog vaker mee te maken. Bij een aantal vrouwen gaat het zelfs om enkele klappers per maand, zo bleek uit een dieper gravende enquête onder elf vrouwen, die via dezelfde website werd uitgevoerd. Waarschijnlijk hebben vooral vrouwen die vaak met dit probleem te maken gehad meegewerkt aan deze enquête, want van deze elf respondenten hadden er slechts twee nimmer met geknapte condooms te maken. En vijf van de elf maakten melding van meer dan drie condoomklappers per maand.
‘klapper’ of ‘afglijder’? Bij de enquête is specifiek gevraagd naar ‘klappers’. Een condoom kan zijn beschermende functie echter ook verliezen door af te glijden. Blijkbaar staat voor veel vrouwen een ‘klapper’ gelijk aan het bredere begrip ‘condoomfalen’, want vijf van de elf vrouwen noemden als oorzaak het ‘ongemerkt afglijden van het condoom tijdens de seks‘. Dat was daarmee in deze kleine enquête de meest genoemde reden voor een klapper. Vier van de vrouwen dachten dat het condoom vooraf al kapot was en drie vertelden dat de klant het condoom had gescheurd of afgedaan. Volgens twee vrouwen hadden ze te weinig glijmiddel gebruikt. Ook bij de andere bij de inventarisatie betrokken enquêtes kwam dit als oorzaak voor klappers naar voren. Daarnaast werd een groot aantal andere verklaringen genoemd. Deze staan, in willekeurige volgorde, in bijgaand overzicht. In de door Soa Aids Nederland uitgevoerde quickscan genoemde oorzaken voor klappers:
- Te weinig of geen glijmiddel.
- Gebruik van te oud (uitgedroogd) glijmiddel.
- Gebruik glijmiddel op vetbasis.
- Gebruik van een vaginaal geneesmiddel dat vet bevat en daardoor het rubber aantast.
- Na een voorafgaande massage blijft er vet achter dat het condoom aantast.
- Glijmiddel wordt op de vagina/anus aangebracht in plaats van erin.
- Op het condoom aanwezig glijmiddel is verdwenen omdat er eerst gepijpt wordt.
- Condooms zijn te klein.
- Gebruik van condooms na de uiterste houdbaarheidsdatum.
- Gebruik van condooms waarvan de verpakking is beschadigd.
- Beschadiging van het condoom bij het uit de verpakking halen door de nagels. Vrouwen die hun nagels vierkant vijlen hebben door de ontstane hoeken een grotere kans op scheuren.
- Condoomverpakking wordt met de mond opengemaakt.
- Onjuist omdoen van het condoom, waardoor er lucht in het topje achterblijft.
- Condoom over de penis heentrekken in plaats van afrollen.
- Bij staande seks wordt de vagina strak, waardoor er meer wrijving optreedt.
- Niet wisselen van condoom bij overgang van vaginale naar anale seks.
- Klant verwijdert condoom.
- Te lang doorgaan met neuken zonder condoom te vervangen.
condoomfalen vaak door gebrek aan kennis Bij het veldwerk dat het prostitutieteam van de GGD Rotterdam verricht, is condoomfalen altijd een belangrijk onderwerp. Drie keer per jaar worden alle clubs en bordelen bezocht, een taak die volgens medewerkster Anja Franke een stuk gemakkelijker geworden is, omdat er van de ooit 200 adressen inmiddels nog maar zo’n zeventig over zijn. Dat is volgens haar niet alleen te danken aan de strengere regelgeving en handhaving, maar ook aan de natuurlijke sanering in de sector. Franke: ‘We doen altijd standaard een demonstratie met een dildo en condooms en glijmiddelen. Ook als de vrouwen zeggen dat ze dat allemaal al weten. Ik geloof in de kracht van herhaling en er is bovendien altijd nieuwe instroom. En vaak kun je ze toch wel wat nieuws leren. Zoals het omdoen van een condoom met de mond. Dat is mij ooit geleerd door iemand die al lang in het vak zat. Zo’n demonstratie vindt iedereen leuk.’ Condoomfalen komt bij de demonstratie ook altijd aan de orde. Franke: ‘Vaak is dat toe te schrijven aan een gebrek aan kennis. Er blijft bijvoorbeeld na het aanbrengen lucht achter in het condoom of er wordt verkeerd of onvoldoende glijmiddel gebruikt. Ik heb vaker van vrouwen gehoord dat ze geen glijmiddel gebruiken, omdat dit zou betekenen dat ze niet goed functioneren. Een vrouw zou immers van zichzelf vochtig genoeg moeten zijn en ze vindt dat ze faalt als dat niet het geval is. We leggen dan uit dat je seks privé heel anders moet benaderen dan seks voor je werk. Het is logisch dat je niet van iedere klant opgewonden raakt.’ Op de tippelzone komt condoomfalen vaker voor, is de indruk van Franke. ‘Dat komt door de ingewikkeldere omstandigheden. Drugsgebruikende vrouwen nemen bovendien meer risico en er zijn klanten die op zo’n gelegenheid wachten. Bij de transgenders zien we het grootste risico bij degenen die net in ons land zijn aangekomen, met niet meer dan de beperkte kennis die ze hebben opgedaan in bijvoorbeeld Equador.’
interventies Soa Aids Nederland wil naar aanleiding van de inventarisatie een aantal interventies ontwikkelen en uitvoeren. Zo komt er een folder in zes talen met een goede condoominstructie en informatie over juist gebruik van glijmiddel en wat te doen na een klapper. Uit de quickscan bleek dat er vaak ontsmettende vaginale crèmes of zeep worden gebruikt die het slijmvlies juist beschadigen en zo de kans op infecties vergroten. Daarnaast wordt er in juni een training georganiseerd voor het praten over seks met prostituees. Naast communicatietechniek zal ook het bespreken van sekstechnieken en het aangeven van grenzen aan bod komen. In de toekomst wil de organisatie een seminar organiseren over condoomfalen.
- Veen, MG van. Hiv Surveys bij hoogrisicogroepen in Amsterdam, 2003-2004. RIVM Rapport 44100021/2005
top
|