Dwangmatige seks en grotere kansen op soa
Peter Leusink - Huisarts/seksuoloog NVVS, Groene Hart Ziekenhuis Gouda en UMC Utrecht
- Niet de frequentie maar de obsessie is bepalend
- Afspraken over gedragsverandering hebben hierbij geen zin
|
Nu het bespreken van seksueel gedrag steeds meer een onderdeel wordt van de counseling rondom soa, is het ook nodig alert te zijn op dwangmatig seksueel gedrag of seksverslaving. Seksverslaving is gerelateerd aan het hebben van meer wisselende sekspartners en een lagere seksuele zelfachting en interactiecompetentie. Deze elementen zijn ook gecorreleerd met een verhoogd soa-risico. Het is niet zozeer de frequentie en de aard van het seksuele gedrag dat seksverslaving kenmerkt, maar juist het dwangmatige aspect ervan dat leidt tot ontregeling van het normale dagelijkse leven.
Eind 2006 publiceerde de Rutgers Nisso Groep (RNG) haar onderzoeksrapport over Seksuele Gezondheid in Nederland in 2006. Naast de resultaten met betrekking tot seksueel gedrag en haar determinanten bevond zich ook een kleine paragraaf over het verschijnsel seksverslaving. Op basis van hun representatief onderzoek concluderen de onderzoekers dat bij 6,9% van de Nederlanders (5,4% van de mannen en 1,5% van de vrouwen) sprake is van overmatig seksueel verlangen. Er wordt aangegeven dat zij vanwege het hebben van meer wisselende sekspartners in de groep vallen met een hoog soa-risico. Ook internationaal onderzoek bevestigt de relatie tussen dwangmatig seksueel gedrag en soa, bijvoorbeeld onder bezoekers van een soa-poli en hiv-positieve mannen die seks hebben met mannen. Wat is de betekenis van deze observaties?
begripsbepaling Van belang is eerst het begrip seksverslaving te omschrijven. In het RNG-onderzoek wordt van sterk overmatig seksueel verlangen (seksverslaving) gesproken als iemand regelmatig of vaker voldoet aan minstens drie van de vier volgende kenmerken:
- seksuele verlangens ontregelen het dagelijks leven
- door het seksueel gedrag kan niet worden voldaan aan verplichtingen
- seksuele gedachten en gevoelens worden als sterker ervaren dan de persoon ‘zichzelf’ ervaart
- er wordt meer aan seks gedacht dan men zou willen
Een goede definitie van seksverslaving is er (nog) niet, het wordt bijvoorbeeld niet beschreven in het belangrijkste classificatie-systeem van psychopathologie, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV). Er is wel enige consensus. Het belangrijkste kenmerk is het obsessieve karakter ervan en niet zozeer het feit dat men vaak seks heeft. Seksverslaving heeft zeker elementen van andere verslavingen zoals schuldgevoelens als wordt toegegeven aan de verslaving, ontwikkelen van intolerantie door telkens sterkere prikkels te zoeken, ontkenning, en conflicten in werk en relatie. Seksverslaving dient vaak om gevoelens van leegte en ongenoegens te vermijden, maar tevens leidt het tot gevoelens van leegte en ongenoegen. Deze versterkende vicieuze cirkel wordt ook vaak bij andere verslavingen gezien. Het grote verschil met alcohol- en drugsverslaving is echter dat bij seksverslaving geheelonthouding geen doel kan zijn, aangezien seksualiteit een wezenlijke behoefte is van mensen. Een seksverslaafde zal dan ook moeten leren controle te krijgen over zijn gedrag. Dit kan alleen door het gedrag als dwangmatig te erkennen en door zich daar verantwoordelijk voor te voelen.
containerbegrip Aan het brede begrip seksverslaving kleeft een groot bezwaar. Het kan vrij gemakkelijk een containerbegrip worden voor gedrag dat door maatschappelijke of religieuze groeperingen als ongewenst wordt gezien. Zo circuleren op diverse websites vragenlijstjes waarbij het dagelijks masturberen of naar porno kijken al als elementen van seksverslaving worden beschouwd. Zolang echter de persoon zelf én de omgeving geen schade hiervan ondervindt zijn dergelijke benoemingen van aard en mate van seksueel gedrag eerder een uiting van morele verontwaardiging dan van psychopathologie.
inzicht in gevolgen van eigen gedrag Met al deze elementen zal men dan ook rekening moeten houden indien bij soa-counseling naar seksverslaving wordt gevraagd. Uit het feit dat iemand drie keer per week een prostituee bezoekt of elk weekend seks heeft met zo’n vijf verschillende mannen kan niet worden afgeleid dat hij of zij seksverslaafd is. Vragen die op dat moment kunnen helpen om een vorm van seksverslaving op te sporen zijn dan bijvoorbeeld: ben je meer met seks bezig dan je zou willen, bepalen gedachtes of gevoelens over seks jouw bezigheden van de dag, wordt je dagelijks leven ontregeld door jouw verlangens, hebben anderen (partner, collega’s) commentaar op jouw seksuele uitingen, leidt dat tot conflicten, heb je het idee dat je jouw gedrag zou kunnen wijzigen, verval je vaak in hetzelfde gedrag terwijl je dat niet wilt? Belangrijk is de cliënt te wijzen op de consequenties van zijn of haar gedrag (waaronder soa-risico) en te wijzen op het dwangmatige karakter ervan. Zodra iemand dit gaat inzien staat de persoon open voor hulp hierbij. Adequate verwijzing, naar bijvoorbeeld een psycholoog of seksuoloog is dan nodig. Het heeft geen zin gedragsafspraken te gaan maken met de cliënt of het nakomen van beloftes te gaan controleren. De stok achter de deur zal vanuit eigen motivatie moeten komen en altijd is er verdere professionele hulp van psycholoog of seksuoloog noodzakelijk. Counseling dient om te signaleren en zo nodig te verwijzen en het startpunt hierbij is een gesprek over seksualiteit.
top
|