Jaargang 2, nummer 1 - maart 2005 Terug naar home
Print versie
Nieuwe opzet soa/hiv-preventie in NederlandPreventieplan soa/hiv


Cor Blom, Programmaleider Soa Aids Beleid, Soa Aids Nederland

Enkele krenten uit de adviespap:
  • naast veilig vrijen (primaire preventie) meer inzetten op het vroegtijdig vinden van infecties en het voorkomen van verdere verspreiding (secundaire preventie)
  • voor elke relevante risicogroep is er een mix aan preventieactiviteiten; maar er is wel een lacune in de soa/hiv-preventie gericht op allochtonen uit hiv-endemische gebieden
  • er zijn wel degelijk bewezen effectieve soa/hiv-preventie-interventies, maar die worden onvoldoende breed ingezet en daarnaast ontbreekt het aan middelen voor interventie-ontwikkeling en effect-onderzoek
  • de landelijke soa/hiv-preventieprogramma's voor homomannen (Schorer), allochtonen (NIGZ), druggebruikers (Mainline/Trimbos Instituut), mensen met hiv (Hiv Vereniging Nederland) alsmede jongeren (Soa Aids Nederland/NIGZ/Rutgers Nisso Groep) en prostitutie (Soa Aids Nederland) moeten gecontinueerd worden, maar moeten dan wel meer uniform en in samenhang gaan werken
  • er moet een structurele afstemming komen tussen het totaal aan landelijk ondersteuningsaanbod en het geheel aan regionale/lokale behoeften inzake de soa/hiv-preventie
  • het ontbreekt teveel aan regie en sturing op samenhang en het geheel van de soa/hiv preventie
De Minister van VWS heeft in september 2003 het initiatief genomen voor een extra impuls aan de bestrijding van hiv/soa in Nederland. Hij wil de soa/hiv-preventie op twee manieren verbeteren. Ten eerste door een herziening en uitbreiding van de aanvullende curatieve soa-zorg: van de bestaande soa-poli’s naar een landelijk dekkend netwerk van 8 regionale soa-centra. Ten tweede door één integraal programma voor de soa/hiv- preventie. Dit artikel gaat met name in op het laatste: het Preventieplan soa/hiv. Wat wil de Minister daarmee, wat heeft hij gekozen en wat zijn daarvan de gevolgen?


Een kritische blik
De Minister keek in eerste instantie nogal negatief naar de soa/hiv-preventie; die was volgens hem niet effectief en niet doelmatig. Om tot een gefundeerde keus te komen heeft het Ministerie aan Soa Aids Nederland advies gevraagd en heeft het zelf de nodige gesprekken met partijen uit het soa/hiv-preventieveld gevoerd. Ook bij het opstellen van haar advies heeft Soa Aids Nederland informatie gebruikt van de landelijke soa/hiv-preventieprogramma’s en zijn concepten voorgelegd aan het Platform soa en seksuele gezondheid, waarin een breed palet aan expertise uit de soa/hiv-praktijk is vertegenwoordigd.

Het kan inderdaad beter
In de notitie ‘Preventie van hiv en andere soa in Nederland. Advies aan de Minister van VWS’ komt Soa Aids Nederland tot de conclusie dat het inderdaad beter kan, maar ook dat er veel goede initiatieven bestaan in de soa/hiv-preventie. Het advies, met daarin een actueel overzicht van alle landelijk relevante soa/hiv-preventieactiviteiten per doelgroep, is te lezen en downloaden op www.soaaids.nl en kan worden besteld bij Soa Aids Nederland, secretariaat Programma Soa Aids Beleid. Een extra impuls
Heel toepasselijk heeft de Minister op Wereld Aids Dag 2004 laten weten wat zijn standpunt is. Hij realiseert zich dat een stijging van soa/hiv-cijfers ook kan voortkomen uit het actief testbeleid, maar hij wijst op zorgwekkende indicaties voor onveilig gedrag. Hij benoemt als belangrijkste aandachtsgroepen: mannen met homoseksuele contacten, allochtonen, prostituees en prostituanten, jongeren, druggebruikers en mensen met hiv.
Verder stelt hij dat er naast aandacht voor innovatie in de soa/hiv-preventie meer aandacht moet komen voor de implementatie van ontwikkelde interventies. Ook moeten er betere verbindingen worden gelegd tussen de soa/hiv-preventie en de bevordering van seksuele gezondheid. Bovendien vindt hij dat de koppeling tussen preventie en curatie beter kan; hij ziet vooral de start van de 8 regionale soa-centra als een mogelijkheid om zo’n koppeling te realiseren.
De landelijke preventiestructuur moet volgens hem doelmatiger worden ingericht, de aansturing van de soa/hiv-preventie zal verbeterd moeten worden en voor een versterking van het programma allochtonen is een herverdeling van middelen binnen het preventiebudget nodig.
Met dit pakket hoopt de Minister een extra impuls te geven aan de soa/hiv-preventie in Nederland. Hieronder wordt een aantal gevolgen toegelicht.

In het Centrum
Voor het versterken van de infectieziektebestrijding in Nederland heeft de Minister een nieuw Centrum voor Infectieziekten opgezet in het RIVM te Bilthoven. Dit centrum krijgt functies als beleidsadvisering, het verstrekken van subsidies, het sturen op de samenhang tussen beleid, praktijk en onderzoek. Het Centrum zal die functies ook gaan vervullen voor de soa/hiv-bestrijding. Op welke wijze dit zal gebeuren is nu nog niet bekend. De kersverse directeur Roel Coutinho heeft op 24 januari jongstleden tijdens een startconferentie veel adviezen gekregen aan de hand waarvan hij tot een keus moet komen. Maar duidelijk is in ieder geval dat de soa/hiv-bestrijding in het kader van de infectieziektebestrijding zal worden geplaatst. En dat is spannend, want kunnen hiv-infectie en andere soa opboksen tegen Sars en de vogelgriep? Is er in het sterk medisch gericht infectieziekten-circuit voldoende aandacht voor de soa/hiv-voorlichting en preventie? Zal het Centrum alle relevante organisaties in zich opnemen of gaat het een samenwerking met bestaande instellingen aan die goed functioneren?
In vergelijking met andere onderdelen van de infectieziektebestrijding is de soa/hiv-bestrijding relatief goed op orde. Die orde wordt met de onderstaande keuzen van de Minister nog eens aangescherpt. Dat biedt een stevige uitgangspositie in onzekere tijden. Maar die positie moet dan ook wel door het soa/hiv-veld waargemaakt worden, dus ook door de soa/hiv-preventie.

Sterkere sturing
Voor het aanscherpen van de orde heeft de Minister Soa Aids Nederland aangewezen als coördinator en stuurder van de landelijke soa/hiv-preventieprogramma’s. Die rol is in het verleden wel eerder vervuld door Aids Fonds en Stichting soa-bestrijding gezamenlijk. Nieuw is echter de noodzaak de landelijke programma’s te laten functioneren als een samenhangend geheel en de kwaliteit die in deze programma’s aanwezig is meer uniform en zichtbaar te maken en waar nodig te versterken.
Soa Aids Nederland zal in 2005 ook het initiatief nemen bij het afstemmen van het landelijk ondersteunings-aanbod met de lokale behoefte inzake soa/hiv-bestrijding. Hiervoor was al een experiment uitgevoerd in het zogenaamde VISI-traject samen met vele partnerorganisaties, dat een instrument voor afstemming opleverde. Dit moet nu stelselmatig toegepast worden. Dat houdt in dat regio’s bezocht zullen worden met een overzicht van het totale landelijke aanbod en dat ze door middel van één gesprek al hun ondersteuningsbehoeften kunnen regelen, in plaats van alle landelijke organisaties langs te moeten.

Scherpere focus
Tussen de zes landelijke programma’s is een scherpere domeinafbakening benoemd, die voorkomt dat veel tijd gaat zitten in overleg over de vraag wie nu wat doet. Bovendien wordt voor elke doelgroep maar één orga-nisatie verantwoordelijk gemaakt. Dat betekent dat de organisatie van de programma’s jongeren (drie verant-woordelijken) en het programma druggebruikers (twee verantwoordelijken) zal veranderen. Daarnaast zullen de landelijke programma’s een goede samenwerking moeten regelen met aangrenzende gebieden als gezond-heidsbevordering (NIGZ), alcohol en drugspreventie (Trimbos Instituut) en seksuele gezondheidsbevordering (Rutgers Nisso Groep). Inhoudelijk zullen de programma’s allemaal aandacht moeten besteden aan primaire én secuncaire preventie, hiv-infectie én andere soa, preventie én curatie, innovatie én implementatie, nationale én internationale aspecten. Een grote uitdaging die echter met de collega-programma’s gezamenlijk aangepakt kan worden.

Meer geld voor soa/hiv-bestrijding allochtonen
Om het programma allochtonen te versterken heeft de Minister een paar met elkaar verbonden keuzes gemaakt. Allereerst heeft hij extra geld vrijgemaakt om de lacune in te vullen in de soa/hiv-preventie, gericht op allochtonen uit hiv-endemische gebieden. Met dit extra geld maakt hij de continuering mogelijk van de soa/hiv-activiteiten gericht op migranten uit Afrika ten zuiden van de Sahara, zoals uitgevoerd door Afapac. Hij heeft een deel van het budget voor het landelijk programma soa/hiv-preventie gericht op jongeren aangewezen voor allochtone jongeren. Verder wil hij een deel van het budget voor de homo-hiv-preventie overdragen aan het programma allochtonen.
Tenslotte heeft hij ervoor gekozen de coördinatie van het programma allochtonen per 1 januari 2006 onder te brengen bij Soa Aids Nederland en de activiteiten van het NIGZ op dat gebied eind 2005 te beëindigen. Hij doet dit omdat het programma soa/hiv en allochtonen bij een soa/hiv-specifieke organisatie beter tot zijn recht kan komen en omdat Soa Aids Nederland al activiteiten heeft gericht op allochtonen. Voorbeelden daarvan zijn te vinden in het programma jongeren, programma prostitutie, het soa-MOA project. Bovendien had Afapac de wens uitgesproken te integreren in Soa Aids Nederland.
Inmiddels hebben NIGZ, Soa Aids Nederland en Afapac de handen ineengeslagen om gezamenlijk een nieuw landelijke programma soa/hiv-bestrijding allochtonen te ontwikkelen, dat per 2006 in staat is om de huidige en toekomstige problemen goed aan te pakken.
Schorer en Soa Aids Nederland hebben de Minister laten weten niet gelukkig te zijn met de korting op het budget voor de homo-hiv-preventie en het feit dat er wel meer verlangd wordt van alle landelijke soa/hiv-preventieprogramma’s, maar er geen verruiming van het budget tegenover staat.

Het is duidelijk: in 2005 gaat naast de aanvullende curatieve soa-zorg ook de Nederlandse soa/hiv-preventie in de renovatie. Daarbij geldt overigens: tijdens de verbouwing gaat het werk door. De Minister heeft zijn ambitie duidelijk gemaakt, het is nu aan de landelijke soa/hiv-preventie om die waar te maken.


top
zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
De hypes en de feiten - Cor Blom
   
Dubbelinfecties met hiv - Sam Gobin
   
Verspreiding van hiv in Afrika: naalden of seks? - Sam Gobin
   
Beschermt besnijdenis tegen hiv-infectie? - Sam Gobin
   
Kunnen statines meer dan alleen cholesterol verlagen? - Sam Gobin
   
DDX3, een lichaamseiwit dat de aanmaak van hiv helpt - Sam Gobin
   
GBV-C: onschuldig virus remt hiv-infectie - Sam Gobin
   
Je lust of je leven Balans van 20 jaar homo-hiv-preventie - Cor Blom
   
Nieuwe opzet soa/hiv-preventie in Nederland - Cor Blom
   
Nieuwe krasloten voor voorlichting
   
Geen penitentie maar preventie - Ronald Brands
   
Congres Soa - Hiv - Aids op Wereld Aids Dag - Matthieu klein Tank
   
Hiv/aidspreventie in Rusland - NGO's in de voorhoede - Ivo Pertijs
   
De strijd tegen hiv en aids binnen Europa - Martine de Schutter