Virale soa in een ander perspectief
Jan van Bergen – hoofdredactie Soa Aids Magazine
Dit decembernummer staat in het licht van hiv. Niet vreemd zo vlak na Wereld Aids Dag. De 1.700 nieuwe hiv-infecties die afgelopen jaar in Nederland zijn vastgesteld haalden niet voor niets het nieuws: 30% meer dan het jaar ervoor. Ja, er wordt meer getest en daardoor meer gevonden, maar niet alleen ‘oude’ infecties. Verontrustend is dat ook het aantal nieuwe en recente infecties lijkt toegenomen. (www.hiv-monitoring.nl) Maar ook over de andere virale soa viel in deze decembermaand veel nieuws te vergaren: minister Klink besluit tot implementatie van HPV-vaccinatie; een proefschrift beschrijft de snel stijgende hepatitis-Cepidemie onder hiv-positieve homoseksuele mannen, bij wie hepatitis-C wel seksueel overdraagbaar (b)lijkt; de ‘Herpesweek’ vraagt om aandacht voor het (seksuele) leven met een chronische aandoening; de Viral Hepatitis Prevention Board pleit voor meer actie en de Gezondheidsraad zal binnenkort opnieuw advies uitbrengen of universele hepatititis-B-vaccinatie in Nederland er nu toch moet komen.
Is er een gemene deler bij al deze aandacht voor virale soa? Ik denk het wel. Er is een nieuw perspectief gekomen voor veel chronisch virale soa, en dat vraagt een andere aanpak en benadering van alle betrokken partijen, zorgvragers en zorgverleners, beleidsmakers en voorlichters. Het veranderde perspectief heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat in het afgelopen decennium behandelbaarheid van chronisch virale soa echt drastisch is verbeterd; dat geldt voor hiv, maar zeker ook voor chronische virale hepatitis. Waar het vroeger afwachten was of iemand met een chronische virale hepatitis een cirrose of levercarcinoom ontwikkelde, kan nu in pakweg de helft van de gevallen de hepatitis-infectie niet alleen gestopt maar bij hepatitis-C het virus ook nog opgeruimd worden. Vooralsnog zijn we echter vaak te laat: te laat omdat een aanzienlijk deel van de mensen met hiv of hepatitis pas in zorg komt als complicaties zich reeds gemanifesteerd hebben. Te laat ook omdat de helft van de mensen uit risicogroepen nooit die hepatitis-Bvaccinatie heeft gekregen die de infectie had kunnen voorkomen. Of te laat opgespoord en te laat gestart met hiv-medicatie, zodat er tien levensjaren op de geschatte levensverwachting moeten worden ingeleverd. Vanuit het perspectief van de geïnfecteerde heeft ‘screening’ dus een groot voordeel. Vanuit het perspectief van de volksgezondheid draagt vroegtijdige behandeling van hiv en hepatitis bij aan vermindering van verdere verspreiding: bij hepatitis kan behandeling immers de infectie klaren en bij hiv wordt de viral load drastisch teruggebracht. Zo drastisch dat onder specifieke omstandigheden de infectiositeit zelfs verwaarloosbaar klein kan worden, zoals is te lezen in het artikel over het Zwitserse standpunt. Een goed geluid voor stigmapreventie, omdat het paradigma van De Besmettelijke Ander ook in Nederland nog steeds welig tiert. Maar ook een uitdaging voor de preventie omdat de speciale omstandigheden wel erg specifiek zijn, en het Zwitserse standpunt, ontdaan van alle intrinsieke nuances, gemakkelijk verkeerd gebruikt kan worden. Een stabiele (ondetecteerbare) ‘viral load’ wil immers, net als het hebben van een stabiele relatie zonder soa, in de tijd nog wel eens aan verandering onderhevig zijn.
Hoe dan ook: het perspectief voor veel chronisch virale soa is drastisch gewijzigd. En dat betekent voor de bestrijding het verder optimaliseren van de synergie tussen preventie en curatie, waarbij in de transmurale samenwerking nu naast de dermatovenerologen en hiv-behandelaars ook de hepatologen duidelijk in beeld zijn gekomen.
top
|
| zoeken |
|
|
| SOAIDS Magazine |
|
|
| inhoudsopgave |
|
|
|