Antony Oomen - Medewerker communicatie Aids Fonds, Soa Aids Nederland en STOP AIDS NOW!
De geschiedenis van vijfentwintig jaar aidsbestrijding geeft vanuit zeker oogpunt een imposante keten van succes te zien. In de zomer van 1981 werd bij vijf Amerikaanse mannen een onbegrijpelijke instorting van het immuunsysteem vastgesteld. Nog geen drie jaar later achterhaalden onderzoekers Montagnier en Gallo ‘gezamenlijk’ de oorzaak ervan: het retrovirus hiv, dat vooral door seks van mens op mens werd overgedragen. Preventie werd mogelijk. Er kwam een antistoffentest waarmee infectie kon worden vastgesteld. Binnen vijf jaar was er de eerste hiv-remmer (het roemruchte AZT) en een profylaxe tegen de bij aidspatiënten veel voorkomende longontsteking PCP. De introductie van een nieuwe klasse hiv-remmers, de proteaseremmers, zorgde in 1996 voor de doorbraak in de behandeling van aids waar jarenlang op was gehoopt.
Zo’n drieduizend Nederlanders – hoofdzakelijk homoseksuele mannen in de bloei van hun leven – waren inmiddels overleden als gevolg van aids. Maar voortaan kon men in ons land worden behandeld met een combinatie van drie of meer hiv-remmers; ziekte en sterven ten gevolge van aids namen drastisch af. Het was deze ontwikkeling, die ons mede de ogen opende voor de ontluisterende werkelijkheid elders in de wereld: in Afrika, in Azië, in Zuid-Amerika en de Caraďben. Aidsbestrijding wordt sindsdien bezien in de context van mensenrechten, armoede en ontwikkeling. Preventie en behandeling van aids, tuberculose en malaria werden in samenhang gebracht. Na geslaagde interventies ter preventie van hiv-overdracht van moeder op kind zijn er in ontwikkelingslanden intussen grotere preventie- en behandelprogramma’s operationeel.
Zo bezien toont de aidsbestrijding een staaltje van wetenschappelijke effectiviteit dat zijn weerga in de medische geschiedenis niet kent. Dit gezegd hebbende dient zich terstond de ongemakkelijke vraag aan wie nou eigenlijk de vruchten plukt van deze ‘successtory’. In elk geval niet de ruim twintig miljoen doden ten gevolge van aids of hun nabestaanden. Niet het veruit grootste deel van de veertig miljoen mensen die anno 2006 moeten zien te overleven met hiv, noch hun nageslacht. Niet de door armoede en aids ontwrichte samenlevingen in Afrika.
En ook direct om ons heen bevinden zich kwetsbare gemeenschappen en personen voor wie de beschikbaarheid van informatie, ondersteuning en behandeling in relatie tot aids ontoereikend is gewaarborgd. Schandalige ongelijkheid of domweg apathie? Er doet zich bovendien een nog onvoldoende begrepen fenomeen voor: goed geďnformeerde volwassenen en jongeren die er niet voor kiezen zich te beschermen tegen de mogelijkheid van hiv-infectie. Onverschilligheid of overmoed? Gebrek aan respect of aan besef van eigenwaarde? Aids dwingt ons al vijfentwintig jaar vragen te stellen, ook over de samenleving en onszelf, en met antwoorden te komen. Een enkele keer stijgen we daarbij boven onszelf uit en worden wij degenen die de vruchten plukken.
top
|