Humaan papillomavirus: ‘laagrisico of hoogrisico …’??
Femke Jongen-Hermus & Jan van Bergen
Seksueel actieve mensen hebben een hoog risico op een infectie met humaan papillomavirus (HPV), maar een klein risico op het ontwikkelen van anogenitale maligniteiten of wratten. Nooit een HPV-infectie doorgemaakt te hebben, betekent in seksueel opzicht mogelijk niet echt een goede staat van dienst…
De relatie tussen HPV en baarmoederhalskanker is volop in de publiciteit. De Gezondheidsraad is in april 2008 met een advies gekomen om HPV-vaccinatie, als strategie tegen baarmoederhalskanker, op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma en 12-jarige meisjes te vaccineren, met een eenmalige inhaalslag voor meisjes van 13 tot 16 jaar. De beoogde gezondheidswinst na invoering van HPV-vaccinatie is het jaarlijks voorkómen van 400 mensen met baarmoederhalskanker en 150 sterfgevallen door deze ziekte.
Gemma Kenter benadrukt dat je met een vaccinatie iedereen kunt bereiken (p 18). Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker bereikt slechts de vrouwen die naar de dokter gaan om zich te laten screenen. En we weten dat onder de twintig procent van de vrouwen die niet meedoen aan het bevolkingsonderzoek juist veel afwijkingen voorkomen. Juist de groep niet-deelnemers is een hoogrisicogroep voor persisterende infectie met hoogrisico HPV-typen. Voorkomen is beter dan genezen, maar de effectiviteit van vaccinatie wordt niet alleen bepaald door de werkzaamheid in trial-settings, maar ook door zaken als participatiegraad en ’groeps’-immuniteit.
Hoe de implementatie gaat verlopen en de ‘acceptatie’ van het vaccineren zal zijn, is nog de vraag. Het geven van goede voorlichting, ook op scholen en aan ouders van de betrokken kinderen, lijkt ons in ieder geval onontbeerlijk en idealiter ingekaderd binnen een breder gezondheidszorgbeleid voor jongeren, gericht op positieve aandacht voor seksuele ontwikkeling en seksuele gezondheid.
Er bestaan nog vele andere vragen rondom vaccinatie: Hoe zit het met de ‘ouderen’ - ouder dan 16 jaar - , die wellicht al in contact zijn geweest met een bepaald type HPV? Hoe zit het met vaccinatie voor jongens? En voor mensen met hiv? HPV-gerelateerde premaligne en maligne afwijkingen komen vaker voor onder de groep hivgeïnfecteerde (homo)mannen en meer onderzoek naar geschikte screeningsmethoden is erg belangrijk, teneinde ’evidence based’ beleid te kunnen maken voor deze hoogrisicogroep (p 12).
En dan zijn er nog de anogenitale wratten (AGW). Ook veroorzaakt door HPV–infecties. Weliswaar door de niet-oncogene oftewel de laagrisico HPVtypen met een te verwaarlozen mortaliteit maar wel vaak onrust, schaamte en ongemak, en wel degelijk van invloed op de kwaliteit van (seksueel) leven (p 26). Bij een recente expertmeeting is juist voor deze wat ondergeschoven kant van het HPV-bestaan aandacht gevraagd (p 26). Naast condoomgebruik ter voorkoming van AGW is er nu ook een vaccin beschikbaar. Ook kwam het belang van een goede counseling voor mensen met AGW naar voren en bleken velen een voorstander van het ontwikkelen van een praktisch behandelingsalgoritme.
Een andere strategie bij het voorkómen van HPV-gerelateerde morbiditeit en mortaliteit is het testen op HPV. Thuistesten op HPV onder non-participanten in het bevolkingsonderzoek levert een waardevolle extra deelname op. De integratie van de HPV-test in het ‘klassieke’ bevolkingsonderzoek geeft veelbelovende mogelijkheden, getuige het artikel van Meijer (p 24). Het testen op HPVinfecties kan onnodige medische interventies bij ‘foute’ uitstrijkjes wegnemen. Bij twijfel kan de HPV-test een aanvulling zijn bij het vaststellen van de diagnose AGW. Daar tegenover staat dat het ongericht testen op HPV ook de onnodige ongerustheid kan veroorzaken, zeker indien de emotionele lading die een soa-diagnose omgeeft, wordt toegekend aan een solitaire positieve HPV-test
Kortom: terugdringen van de ziektelast wat betreft HPV-gerelateerde carcinomen en anogenitale wratten is zeker gewenst. Daar zijn vele nieuwe mogelijkheden voor, getuige ook dit nummer van het Soa Aids Magazine. ■
top
|