Jaargang 5, nummer 3 - oktober 2008 Terug naar home
Print versie
La ‘Grande Simulatrice’


Jim E. van Steenberten, arts-epidemioloog

In dit nummer volop aandacht voor syfilis. De Fransen verwoorden treffend waarom het niet altijd eenvoudig is de diagnose syfilis op tijd te stellen: la Grande Simulatrice. Iedere arts zal wel eens zijn verrast niet tijdig aan syfilis te hebben gedacht. Van alle soa is syfilis daarom wellicht de meest “medische”: je hebt goede dokters in de gehele medische keten nodig, die (genoeg) verstand hebben van de diagnostische methoden en therapie om de patiënt op tijd van “zijn” klachten én “zijn” besmettelijkheid af te helpen.
Tegenwoordig is het een goede gok om over “zijn” te spreken, maar dat is ook anders geweest. Uit het boek van Annet Mooij: 1 ‘…Over de gehele periode 1940-1945 genomen deed zich ook in Utrecht de ongebruikelijke situatie voor dat het aantal vrouwelijke patiënten groter was dan het aantal mannelijke: tegenover 717 vrouwen werden er 388 mannen opgenomen in de statistiek. Geheel naar het gebruik van zijn tijd rangschikte de auteur, de dermatoloog E.P. van Steenbergen, deze patiënten onder andere naar hun “sexuele instelling”.2 Hij vond dat promiscue individuen onder de patiënten de meerderheid vormden (zowel bij mannen als bij vrouwen).’ Met deze laatste verbijzondering scharen de vrouwen en mannen van toen zich weer bij de mannen van nu, omdat ook nu syfilis vooral bij de meest actieve homoseksuele mannen gevonden wordt.

Syfilis laat zien dat aan iedere GGD-soa polikliniek een enthousiaste (“bevlogen”) dermato-venereoloog verbonden moet zijn: de routine kan uitstekend door bevlogen GGDartsen worden verricht, maar voor verdieping, kwaliteitsbewaking en bijzondere zaken is het noodzakelijk dat er een “toezichthoudende” dermato-venereoloog aan een GGD-soa polikliniek is verbonden. Omdat in formele zin het “toezicht” aan de IGZ is voorbehouden, mogen we deze term niet gebruiken voor de betrokken dermato-venereoloog, maar hij geeft wel voor iedereen duidelijk aan wat nodig is. Twee bevlogen dermato-venereologen komen in dit nummer aan het woord. Het mooie is dat ze het niet op alle punten met elkaar eens zijn en dat geeft de soa-bestrijding nog steeds een jeugdig imago: de problemen zijn nog verre van opgelost, er gebeurt veel onderzoek, de antwoorden zijn niet simpel of eenduidig, het blijft een vak in beweging.
Er is sedert de oprichting van de Nederlandse Vereniging tot Bestrijding der Geslachtsziekten in 19143 veel veranderd. Soa zijn bespreekbaar geworden, er wordt niet alleen naar medische factoren van soa gekeken, er is aandacht voor alle andere menselijke factoren die bepalen waarom we de dingen doen die we niet zouden moeten doen (onveilig vrijen) en andersom (patients delay), de zorg is vorm gegeven in een fraai netwerk van coördinerende GGD-en en GGD-soa poliklinieken.
Toch blijkt ook in onze kringen nog een vleugje taboe, zie daarvoor de discussie over HPV-infectie als soa. We zouden HPV-infectie beter geen soa moeten noemen. Het is een boeiende discussie, die echter op andere terreinen nooit gevoerd wordt. Polio is faecooraal overdraagbaar. Slechts één per 1.000 geďnfecteerden krijgt verschijnselen. Nooit heeft iemand voorgesteld de aandoening niet meer faeco-oraal overdraagbaar te noemen.
De variant-Creutzfeld-Jacob krijg je van het eten van besmet vlees, of ander besmet rundveeafval. Bijna niemand die in het Verenigd Koninkrijk jarenlang besmette producten heeft gegeten werd ziek; toch blijft vCJD zonder probleem een door voedsel overdraagbare aandoening.
In de etiologie van vrijwel alle infectieziekten blijft een deel van de geďnfecteerden klachtenvrij, soms wordt zelfs slechts een minimale fractie ziek. Het ziek worden ligt dus niet alleen aan de infectie, maar het infectieuze agens (prion, virus, bacterie, schimmel, parasiet) is wel een voorwaarde voor het ontstaan van ziekte. Zonder twijfel is het met HBV en hepatocellulair carcinoom en met HPV en cervixcarcinoom net zo. In ieder geval is, anders dan in het vorige nummer als “quote” is geponeerd, bij HPV geen sprake van het eerste vaccin tegen kanker. Die eer is aan HBV.
HBV-infectie kan, overigens juist niet als soa, maar na perinatale overdracht, tot hepatocellulair carcinoom leiden. In de hoog-endemische landen die tot universele vaccinatie hebben besloten is de incidentie van hepatocellulair carcinoom aantoonbaar aan het dalen.4 HBV is daar wél opgenomen in het universele vaccinatieprogramma.

Referenties

  1. Mooij, A. Geslachtsziekten en besmettingsangst. Een historisch-sociologische studie, 1850-1990 Amsterdam: Boom, 1993.
  2. Steenbergen, E.P. van. De directe bestrijding der syphilis in de Universiteitskliniek voor huid- en geslachtsziekten te Utrecht in de jaren 1940-1945. Utrecht, 1950. 143pp. or.wrps.diss. (voor de liefhebbers nog te verkrijgen in de betere antiquariaten).
  3. Spreekbeurt Nederlands, SOA. Laatst gewijzigd op 16 jan 2004. Geschreven door ErnstJan 3VMBO (!), geraadpleegd via www.scholieren.com/werkstukken.
  4. Chang MH, Shau WY, Chen CJ, et al. Hepatitis B vaccination and hepatocellular carcinoma rates in boys and girls. JAMA. 2000 Dec 20;284(23):3040-2.

top
zoeken
  Zoeken
SOAIDS Magazine
Nummer 4 december 2008
Nummer 2 juni 2008
Nummer 1 april 2008
Nummer 5 december 2007
Nummer 4 oktober 2007
Nummer 3 augustus 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 2 mei 2007
Nummer 1 maart 2007
Nummer 5 december 2006
Nummer 4 november 2006
Nummer 3 september 2006
Nummer 2 juni 2006
Nummer 1 april 2006
Nummer 5 december 2005
Nummer 4 november 2005
Nummer 3 september 2005
Nummer 2 juni 2005
Nummer 1 maart 2005
Nummer 3 december 2004
inhoudsopgave
La ‘Grande Simulatrice’ - Jim van Steenbergen
   
Ingezonden reactie: Baarmoederhalskanker, wel of geen soa?
   
Ingezonden reactie: Zweedse chlamydia trachomatis in Nederland
   
Serie soa: Syfilis
   
Risico vroege symptomatische neurosyfilis onderschat - V. Verstappen, P. van Voorst Vader
   
Kwaliteitsprofiel en visitatiereglement GGD-soa poliklinieken - Masja de Ree
   
Het Effectieve Test Counseling project - L. Kuyper, T. Heijman, E. de Feijter
   
Interview dermato-venereoloog Henry de Vries - Jolanda aan de Stegge
   
Interview dermato-venereoloog Wim van der Meijden - Jolanda aan de Stegge