Jaargang 1, nummer 2 - juli 2010 Terug naar home
Print versie
Plushuisarts


Nederlandse huisartsen nemen een aanzienlijk deel van de soa-consulten voor hun rekening, waarbij zij een belangrijke hoeveelheid soa’s diagnosticeren en behandelen. Recente gegevens hierover zijn te vinden in het jaarlijkse epidemiologische overzicht van het RIVM in dit nummer.
De laatste jaren rijst de vraag of huisartsen een grotere rol kunnen spelen bij de zorg voor mensen met hiv. In een vraaggesprek in dit magazine betoont hiv-behandelaar Kees Brinkman zich voorstander van het meer inschakelen van huisartsen bij controle en voorschrijven van hiv-medicatie.
Door het succes van de huidige therapie groeit de patiëntenpopulatie sterk. Brinkman vraagt zich af of de voor hiv-patiënten aangewezen ‘centrumziekenhuizen’ inmiddels niet een deel van hun werk kunnen overdragen aan daarvoor toegeruste huisartsen. De behandeling is volgens hem daarvoor nu eenvoudig genoeg. Een ander argument is dat mensen met hiv door een langere levensduur te maken krijgen met andere gezondheidsklachten, waarvoor het inschakelen van een hiv-specialist niet nodig is. Vorig jaar is met een drie jaar durende proef begonnen, waaraan tachtig patiënten van in totaal vijftien huisartsen deelnemen.
Niet alle hiv-behandelaren delen overigens de visie van Brinkman; binnen zijn beroepsvereniging NVAB zijn er bedenkingen tegen de door hem beoogde taakuitbreiding van de huisarts.

Tot de vereiste vaardigheden van huisartsen die veel met soa’s, inclusief hiv-infectie, te maken krijgen hoort zeker ook het goed met patiënten kunnen praten over seksualiteit in al haar facetten. Het gaat niet alleen om een afzonderlijke medische keuze, maar ook om het kunnen plaatsen van klachten binnen de seksualiteitsbeleving van de betrokkenen en het daarover vrijmoedig kunnen spreken.
Veel huisartsen zijn daarin onvoldoende bedreven. Huisartsopleiders kunnen daarin verbetering brengen. Maar ook menig huisartsopleider voelt zich ongemakkelijk bij het spreken over seksualiteit en daarmee gepaard gaande emoties. Dat werkt door in gesprekken met huisartsen in opleiding (aios).
In dit nummer komt een aantal huisartsopleiders aan het woord die hebben deelgenomen aan het onderdeel Seksualiteit en Soa van de ‘Beekbergencursus’ Diversiteit. Daarbij is niet alleen de nodige aandacht besteed aan het opfrissen van medische kennis, maar stond vooral de emotionele betekenis centraal en de attitude van de arts. De schroom om te praten over seksueel gedrag en de beleving daarvan wordt vaak geprojecteerd op patiënten. Wie durft door te vragen wordt vaak verrast door belangrijke informatie die de patiënt dan verschaft. Huisarts-epidemioloog Jan van Bergen, medeverantwoordelijk voor het onderdeel Seksualiteit en Soa van de cursus, benadrukt dat voor professioneel handelen bepaalde informatie noodzakelijk is die moet worden ontlokt aan de patiënt. Wel respectvol en zonder bemoeizucht. Maar ‘Je moet weten wat iemands seksuele voorkeur is, of hij beschermd of onbeschermd vrijt, anaal of vaginaal, actief of passief, met vrouwen of (ook) met mannen. Zonder deze medisch relevante informatie weet je niet welke testen je moet doen en is de kans groot dat je een fors deel van de infecties mist.’
De kunst en de durf om de patiënt uit de tent te lokken is een plus voor de huisarts binnen de hiv/soa-bestrijding.


top
zoeken
  Zoeken
SEKSOA
Nummer 1 april 2010
inhoudsopgave
Plushuisarts - Rob Vlasblom
   
Huisartsen leren praten over seksualiteit - Jolanda aan de Stegge
   
'Geef huisartsen een grotere rol bij behandeling hiv' - Matthieu klein Tank
   
Overzicht landelijke soa-gegevens 2009 - H.J. Vriend e.a.
   
Moeder-kindoverdracht hepatitis B - Lennie van Hanegem, Kees Boer
   
Vrouwencondoom
   
Ton Coenen, directeur Soa Aids Nederland en Aids Fonds - Jolanda aan de Stegge